September 1st, 2010

Nationale Laminaatdag

Zaterdag 4 september is het ‘Nationale Laminaatdag’ bij Karwei. Klussers krijgen dan 25% korting op laminaat en wel 20% korting op álle plinten.
Dat stond er op een schreeuwerige reclamefolder die, ondanks mijn NEE-NEE-sticker, vanmorgen in mijn brievenbus gepropt was.
Nationale Laminaatdag. Hoe verzinnen ze het, hoorde ik mezelf denken.
En ik dacht aan de hutjes van golfplaten, bamboe en stront die ik in Indonesië gezien heb.

Ruim twee weken terug zette ik, na mijn reis door Indonesië, weer voet op Nederlandse bodem. Terwijl de motregen op mij neerviel, vielen mij andere dingen op. Zoals de keurig recht gemaaide grasvelden en de netjes geplante boompjes. Op weg naar huis kon ik niet anders dan met een spottende blik naar deze Nederlandse ‘natuur’ kijken.
Met heimwee raasde ik over de snelweg. Ik had heimwee naar de Indonesische jungle, de zon, de arme maar gelukkige mensen en de enthousiast zwaaiende kindertjes.

En nu, nu kost het me nog steeds moeite om het leven in Nederland weer serieus te nemen.
Ik vond dat moeilijk toen vriend R. zich druk maakte of zijn flatscreen wel recht hing (inclusief waterpas), het was moeilijk toen er ruzie ontstond in de lift (“Nou gaan de mensen die er het eerst weer uit moeten als eerste in de lift staan!”, mopperde een meneer), het was bijna onmogelijk toen er gisteravond op Politiek24 live-beelden van een deur uitgezonden werden en ook bij de reclamefolder van Karwei lukte het niet.

Nationale Laminaatdag. Hoe verzinnen ze het.

August 17th, 2010

Een kwestie van mieren of dood

Je hoort mensen weleens zeggen dat ze hun leven aan zich voorbij hebben zien flitsen. Vaak op gevaarlijke momenten waarin vrachtwagens, auto’s of neerstortende vliegtuigen een rol spelen. Ik zag alles voorbij flitsen toen ik aan een met rode mieren bedekte tak hing, boven een Indonesisch riviertje met heet vulkaanwater. Dat is weer eens wat anders, hè?

Nog maar net bijgekomen van ons avontuur op de Indische oceaan, besloten we de warmwaterbronnen bij het kleine dorpje Soa (op Flores) te bezoeken. Ontspanning, dat was wat we nodig hadden. Vrolijk trok ik mijn bikini aan. Even geen Komodovaranen, schipbreuk of lange wandeltochten. Dat een middagje relaxt dobberen zou eindigen met alcohol op mijn opengereten voetzool, had ik niet verwacht. Naïef. Ik weet het. In Indonesië kun je alles verwachten.

“Durf je wel als ik ga?”, vroeg reisgenoot B. die middag. De beste man is doorgaans wel te vertrouwen en aangezien ook mijn kersverse vriendinnetje S. het erop waagde, besloot ik mee te gaan. Met z’n drieën waagden we ons in de stroming van het riviertje en lieten ons meedrijven. Meesleuren, kan ik misschien beter zeggen. De stroming was zo sterk dat we over stenen en rotsen getrokken werden.

Het gezicht van B, die voor me lag, zal ik nooit vergeten. Er was een soort mengeling van sorry, angst en een duivelse lach op te zien terwijl ik alleen maar auw schreeuwde. S, achter mij, had verder ook niet veel te melden. Ze probeerde zich soms vast te klampen aan een rots, maar haar pogingen mochten niet baten. Dat zag ik nog net toen ik over B. heengetrokken werd en een paar meter voor mijn gezelschap uitkwam.

Met een soort oerkracht wist ik overeind te komen en op een glibberige groene rots te klimmen. Al snel arriveerden daar ook mijn twee medeslachtoffers. We zochten naar een weg terug, en de enige weg terug bestond uit een boom langs de kant, met lange takken waar we ons aan vast konden houden. Bomen zijn handige dingen, echt. Daar heeft Moeder Natuur wel over nagedacht.

B. had wat goed te maken (hij was immers de aanstichter van dit alles) en ging ons voor. Hij greep een tak en sprong op de volgende rots. Ik was daarna aan de beurt. Mijn oog voor detail liet me echter (helaas) niet in de steek en ik zag dan ook de honderden rode mieren vrolijk rondkruipen op de dichtstbijzijnde tak. “Maar, er zitten allemaal rode mieren op!” B. vond dat maar een vreemde opmerking. Hij merkte terecht op dat ik de keuze had tussen mieren of dood. Mijn overlevingsinstinct besloot de tak maar te grijpen.

Zo eindigde een middag relaxt dobberen in vijf blauwe plekken, twee wonden en -1 teennagel. En dat terwijl er geen Komodovaraan te bekennen was.

Tags:
August 8th, 2010

Paris Hilton had schipbreuk

Daar lagen we dan, reisgenoot S. en ik, zonnend op het dek van ons cruiseschip. Dat het hier niet om een cruiseschip ging maar om een groot uitgevallen en half vergane vissersboot negeerden we voor het gemak maar even. Na al het reizen en de primitieve omstandigheden die daarbij komen kijken (lees: koud water en kakkerlakken) kozen we voor de ontkenning. Soms is het beter om dingen te ontkennen.

Deze gelukzalige ontkenningsfase mocht helaas niet lang duren. Toen wij zonnestoelen en reisgenoten over het dek zagen rollen, wisten we dat het tijd was om terug te keren naar de realiteit. Een harde wind zorgde voor angstaanjagende maar ook lachwekkende taferelen. Onze relaxte Paris Hilton-houdingen werden ingewisseld voor bange gezichten en handen die zich vastklampten aan de reling van het dek.

Niet lang daarna veranderde het monotome geluid van de motor in een vreemd, pruttelend geluid. Er werden grapjes gemaakt. “Nou, dit was het dan” en “eh, dit wordt zwemmen.” Ook toen er onrust ontstond bij de kapitein en zijn crew, zagen wij de ernst van de zaak nog niet in. Het zonnetje scheen, de wind was gaan liggen en wij waren op vakantie. Pelan pelan, dus (Indonesisch voor ‘ rustig aan’).

Toen ook onze reddingsboot met een kapotte motor terugkwam, begon onze optimistische stemming langzaam om te slaan. Het werd al snel duidelijk dat onze boot het niet meer ging doen en dat er hulp nodig was. Het enige probleem was dat we midden op de oceaan dreven, op vier uur afstand van de dichtstbijzijnde haven. Ik kan jullie met nadruk vertellen dat het heel vreemd is om midden op de Indische oceaan te drijven als je dat niet gewend bent. Echt.

Na een dag ronddobberen en een prachtige zonsondergang (schipbreuk heeft ook zo zijn voordelen) werden we laat in de avond gered. We mochten overstappen op een nieuwe boot en gingen verder met onze reis naar Komodo en Flores. Het was helaas weer geen cruiseschip, maar de Paris Hiltons waren deze keer iets sneller tevreden.

August 3rd, 2010

Ik overdrijf niet

Er zijn een aantal manieren om erachter te komen of je met een echte man te maken hebt. Echte, stoere, ruige mannelijkheid kun je proberen te achterhalen door te kijken naar zijn kleding, sport, manier van leven en de aan- of afwezigheid van verzorgende lotions in zijn badkamer. Maar geloof mij; je komt er pas echt achter in de jungle van Indonesië.

Zo stond ik gisteren ultiem gelukkig te zijn in een mooie strandhut in Sumbawa, toen deze rust bruut verstoord werd door een paar angstaanjagende woorden van vriend R. “O jezus. Mo, dit ga jij niet leuk vinden.”
Ik keek op en voelde angstzweet uitbreken toen ik een spin ter grootte van mijn hand (!) boven mijn bed zag kruipen. Vriend R. stond er twijfelend naar te kijken. Het krakende geluid van zijn hersens was bijna te horen. Maar uit zijn mond kwamen alleen maar herhalingen. ” O jezus. O jezus.”

Mijn brein wist gelijk dat dit niet helemaal pluis was en besloot mijn lichaam in actie te brengen. Ik liep na een harde gil naar buiten met de mededeling ” je zoekt maar uit hoe je dat beest hier weg krijgt, maar ik ben buiten”. Eenmaal op de veranda zag ik dat de nieuwsgierigheid van mijn andere reisgenoten gewekt was. De mannelijke reisgenoten, uiteraard. Op mijzelf na was er geen andere vrouw te bekennen.

Reisgenoot N. nam het heft in handen. Zijn angst kreeg zijn mannelijke ego er niet onder. Reisgenoot N. kon nog helder nadenken en vroeg om een plastic bak en wc-papier. Het lichaam van vriend R. kwam langzaam uit shockstand en was in staat om reisgenoot N. de benodigheden aan te geven. Zo werd het drama in Indonesië toch nog opgelost. En zo werd mijn gegil bij het zien van een spin voor het eerst ‘ niet overdreven’  genoemd. Dit is een vakantie om nooit te vergeten.

Tags:
July 20th, 2010

Wat Beyoncé en Rocky gemeen hebben

In een vlaag van onbewustzijn heb ik laatst een geheim gedeeld met vriend M. Tot grote lol van hem. Ik bekende namelijk dat ik tijdens het hardlopen weleens aan Beyoncé denk. Best vaak, eigenlijk. Beyoncé is mijn grote motivatie om door te lopen als ik het eigenlijk allemaal wel welletjes vind. Haar muziek, gebrul, gedans en strakke lichaam zorgt ervoor dat ik me over mijn moeheid heen kan zetten en gemotiveerd ben om een tempootje harder te rennen. Beyoncé is op dat soort momenten dus mijn dope. Ik kom er maar gewoon voor uit, wat kan mij het ook schelen.

Muziek doet dingen met je en daarom hou ik ervan. Ik heb tot nu geheime archieven bijgehouden met de gekste liedjes voor de meest uiteenlopende buien, bevliegingen, gevoelens en  activiteiten. Jarenlang voelde ik mij daarin een einzelgänger. Maar de komst van Spotify heeft me laten zien dat ik hierin niet de enige ben.  Godzijdank realiseer ik mij nu dat ik niet gestoord, gek, triest of wanhopig ben: we gebruiken muziek allemaal om het leven mooier te maken en ons op te peppen. Of om te verdrinken in zaken als liefdesverdriet (Dont Speak, Resentment) en zelfmedelijden. Maar dat raad ik je niet aan.

Door Spotify schaam ik me niet meer. Ik ga je nu dus met een gerust hart vertellen dat het stoere ‘Telephone’ op mijn feministische playlist staat. Net als de klassieker ‘R.E.S.P.E.C.T’ van onze beste Aretha. Whitney Houston stond er in betere tijden ook op, maar die heb ik eraf geknikkerd. Bij nader inzien was ze toch niet zo’n goed voorbeeld van feminisme.
Tijdens het schoonmaken luister ik onder andere naar ‘Rat in Mi Kitchen’ en ‘You make my dreams’ . Ook Queen doet het goed met ‘I want to break free’, maar dat komt misschien alleen omdat ik dan de clip voor me zie.

Verder is Amy Winehouse altijd leuk als je zelf een borrel op hebt en is het rustig wakker worden met Jack Johnson. Als je vrolijk aan de dag wilt beginnen raad ik je ‘Seven Days in Sunny June’ aan. Wil je liever nog niet aan de dag beginnen, dan is ‘Laat me Slapen’ toepasselijk. Als je somber en chagrijnig bent en het universum vooral waarom-vragen stelt, haal dan 3T uit de kast met ‘Why’.
- Wacht. Misschien kun je dat beter niet doen.

“Why waste money on psychotherapy when you can listen to the B Minor Mass”, zei de componist Michael Torke ooit. Nou is die muziek niet helemaal mijn ding, maar verder heeft ‘ie wel een punt. En vriend M. mag er dan hard om lachen, maar ik heb me laten vertellen dat hij naar de theme song van Rocky luistert in de sportschool. Ha!

Tags:
July 19th, 2010

Toiletpapier in Indonesië

Kamperen, ik gruwelde ervan.
Het zal wel iets te maken hebben met nare jeugdherinneringen. Ruziënde ouders die voor de zesde keer over dezelfde Franse rotonde rijden omdat ze niet weten welke afslag ze moeten hebben. In de bloedhete zon je tentje opzetten na een dag in een snikhete auto doorgebracht te hebben. En vervolgens met een rol toiletpapier onder de arm naar een toiletgebouwtje sjokken. Ik heb er de lol nooit van ingezien.

“Ik ga nooit meer kamperen”, zei ik toen ik eindelijk de leeftijd had bereikt waarop ik een vrije wil mocht hebben. En zo geschiedde. Sinds mijn zestiende heb ik geen tent meer aangeraakt. Deze geheelonthouding duurt nu bijna tien jaar. Ik leef al bijna tien jaar zonder kriebelende insecten, slaapzakken met vervelende ritsen, gehannes met zaklampen waarvan de batterijen bijna op zijn en kilometerlange tochten over campings.

Maar er verandert veel vanaf je zestiende. De puberale hormoontjes hebben inmiddels plaats gemaakt voor, al zeg ik het zelf, redelijke volwassenheid. Dat resulteert in een betere muzieksmaak (ik begrijp niet wat ik ooit leuk vond aan TQ), een andere beleving van eten (dag Mac Donalds, hallo sfeervolle restaurantjes) en ook een andere manier van vakantie vieren.

Bijna tien jaar geleden zei ik het kamperen gedag en stapte over naar (verschrikkelijke) all-inclusive-reizen. Ik heb geslapen in van die belachelijke flatgebouwen aan het strand. Waar honderden toeristen rondlopen die een frikadel willen eten. Ik wilde zorgeloos en luxe op vakantie; dan krijg je dat soort troep.

Anno 2010 heb ik de term ‘luxe’ een andere betekenis gegeven.  Ik ga drie weken door Indonesië trekken, hoppend van eiland naar eiland. Ondertussen sleep ik een backpacktas mee, moet ik malariapillen slikken, ga ik hoogst waarschijnlijk ’s werelds grootste hagedis in levenden lijve zien (de Komodovaraan, een monster van 3 meter en 150 kilo), slaap ik in mooie maar ook krakkemikkige hotels en ga ik een vulkaan beklimmen enkel en alleen om daar de zon te zien opkomen. Dat had je niet tegen mijn 16-jarige versie moeten zeggen.

Ik vind het allemaal maar luxe. Al moet ik soms in een slaapzak slapen en zal ik ook weleens gespot worden met een rol toiletpapier onder de arm. Alleen die Komodovaraan… Daar heb ik nog mijn twijfels over.

Tags:
July 11th, 2010

De vader van Yvonne

“Goedemiddag, ik ben de vader van Yvonne”, is het eerste wat mijn opa tegen mij zei. Ik was toen veertien en antwoordde lachend dat ik ‘de dochter van Yvonne’ ben. Dat is nooit blijven hangen.

Mijn opa was toen al zwaar dementerend. En doordat ik hem door familieomstandigheden eerder niet heb gekend, was ik als eerste verdwenen uit zijn herinnering. Ik was al vergeten voor hij zijn huissleutels vergat. Simpelweg omdat ik als laatste was gekomen.

Ik ben als laatste gekomen, maar gelukkig ook als laatste weggegaan. Afgelopen maandag heb ik zijn laatste minuten meegemaakt. Om af te sluiten wat voor ons helaas nooit is begonnen.

En het enige wat ik over mijn opa en mij kan zeggen, is dat hij de vader van Yvonne is, en ik ben haar dochter.

June 22nd, 2010

Love is in the air, ook als T-mobile dat niet is

In een tijdsbestek van twee uur ben ik twaalf keer gebeld door vriendin B. Mijn Californication-tune, waar ik als fan altijd enorm blij van word, was vandaag voor het eerst te horen toen ik net terugkwam van hardlopen. Juist op het moment dat ik me moe en naar adem snakkend op de bank liet vallen. Daarna ging ‘ie nog een paar keer toen ik onder de douche stond, me aan het aankleden was, een broodje at en me opmaakte. Allemaal activiteiten waarbij het lastig is om te bellen.
Maar ik deed het toch, omdat ik dacht dat er iets verschrikkelijks aan de hand was. Iets dringends. Blijkbaar zo dringend dat het geen minuut, zelfs geen seconde, kon wachten.

In de ogen van vriendin B. was dat waarschijnlijk ook zo.

B. is namelijk verliefd. Tot over haar oren verliefd. Verliefd met  vlinders en roze hartjes en al die andere toeters en bellen.  Zo verliefd dat er geen zinnen zonder het woordje ‘cute’ geformuleerd konden worden. Verliefd met een grote V dus.

Ik kan me niet meer zo goed herinneren hoe ik in die tijd was. Ik kan (en wil) me niet voorstellen dat ik daar zes keer per uur over heb gebeld.
B. wel. Die liet zich zelfs niet tegenhouden door het slechte bereik van T-mobile. Als de verbinding wegviel, belde ze gewoon met de huistelefoon om te vertellen over het schattige smsje dat Hij zojuist stuurde.

Bij telefoontje twaalf begon mijn geduld op te raken. Ik moest dingen doen, dingen regelen. Mijn lange to-do-lijst lag geduldig op me te wachten. Bovendien was de bodem van mijn inspiratie en woordenschat op het gebied van de liefde in zicht. Ik wist niet meer zo goed wat ik moest zeggen over zijn schattige smsjes. En ik had ook al tien keer gezegd hoe leuk ik het voor haar vond.
Genoeg. Het was genoeg.

“Ik vind het heel erg voor je, maar ik moet nu echt ophangen. Ik moet dingen doen”, zei ik met een bevende stem, bang voor haar reactie (verliefde vrouwen zijn nog enger dan kersverse moeders. Ze weten van geen ophouden en slokken je mee in hun verhalen).
“Maar wat moet ik dan nu? Moet ik Hem dan bellen?” aldus B, in paniek.
Uiteraard gaf ik haar als vriendin de wijze raad om dat nog niet zo vaak te doen in het begin. Maar toen we gedag zeiden draaide B. zijn nummer al, en hoopte ik mijn Californicationtune even niet meer te horen.

June 18th, 2010

Ik noem maar iets geks

Een e-mail aan 123inkt.nl.

Beste meneer, mevrouw,

Terwijl ik bezig ben met deze e-mail aan u, stromen er miljoenen liters olie in de Golf van Mexico. In de laatste berichten wordt zelfs gesproken over 9,5 miljoen liter per dag. Het is waarschijnlijk dat deze cijfers nog zullen stijgen. BP is erg terughoudend in het verstrekken van eerlijke informatie over deze enorme ramp. Begrijpelijk. Dat is natuurlijk les één in de PR-business: doe vooral alsof de problemen minder erg zijn, dan ze in werkelijkheid zijn.

Nu we het toch over PR hebben, dit is eigenlijk de reden dat ik u mail. Ziet u, dierenleed en milieuschade gaan mij persoonlijk erg aan het hart. De beelden van met olie besmeurde pelikanen vind ik verschrikkelijk.
Maar goed, u vraagt zich vast af wat dit met 123inkt.nl te maken heeft.  Deze link zag ik inderdaad ook niet gelijk. Tot ik vanmorgen op zoek was naar informatie over de olieramp. Toen kwam ik tot de bizarre ontdekking dat www.olieramp.nl verwijst naar www.123inkt.nl.
Slimme marketingbazen zullen dit vast toejuichen, maar zeg nou zelf. Zou u zich veilig voelen als het leger vol zat met slimme marketingbazen?

U voelt het vast al aankomen: ik vind deze verwijzing van www.olieramp.nl naar www.123inkt.nl op zijn zachtst gezegd nogal vreemd.
Als online redacteur zie ik uiteraard het belang van pageviews en het inspelen op de actualiteit. Ook het gezegde ‘de een zijn dood is een ander zijn brood’ is mij bekend.
Maar als de oceaan volstroomt met miljoenen liters olie per dag, als veel vissers en kleine ondernemers hun werk niet meer kunnen doen, als het gezondheidsrisico’s brengt voor alle omwonenden, als ontelbaar veel dieren hierdoor een vreselijke dood sterven en als dit de grootste olieramp aller tijden wordt genoemd, dan is het misschien verstandig om er bewust voor te kiezen om niet mee te liften.
Misschien is dit zelfs, ik noem maar iets geks, een goed moment om na te denken over hoe we met onze wereldwijde geldlust de aarde veel (onherstelbare) schade aanrichten. Op dit moment communiceert u het tegenovergestelde.

Op uw website is te lezen dat u het grootste assortiment printersupplies heeft voor de beste prijzen. Het verschil zouden wij “alleen in de portemonnee”  merken. Deze ene zin maakt mij in één klap duidelijk waarom 123inkt.nl zich verbonden voelt met BP en de olieramp. Ook daar werd namelijk alleen aan de portemonnee gedacht.

Met vriendelijke groet,

Moniek Zuidema

*

Update 1: Voor ik deze e-mail schreef, liet ik via Twitter weten het niet eens te zijn met deze vorm van ‘marketing’. De reactie van 123inkt.nl daarop was:  “Deze naam is toevallig al jaren in ons bezit. Als iemand een goed idee voor een website heeft zetten we die erop. Idee=welkom.”

Hieruit blijkt al gelijk dat 123inkt.nl geen kaas heeft gegeten van principes. Het feit dat 123inkt.nl al vóór deze olieramp de domeinnaam www.olieramp.nl in bezit nam, vind ik nog verontrustender dan als 123inkt.nl dat pas na de ramp zou hebben gedaan. Principes, het zijn lastige krengen.

*

Update 2: 123inkt.nl vraagt via Twitter om suggesties voor een (andere) goede domeinnaam. @rservaas had de volgende interessante suggestie: “Campagne website opzetten, elke order 1euro naar een goed doel die zich inzet voor de natuur daar?” Ik ben benieuwd.

Tags:
June 10th, 2010

VVV: over mevrouw Verdonk, de VvE en Van der Sloot.

Nee, ik gun het Joran niet dat hij mishandeld en verkracht wordt in een Peruaanse cel. En nee, ik wens Wilders ook niets slechts toe. Dat schijnt de gemiddelde medemens maar heel moeilijk te begrijpen en daarom volgt hier een wijsneuzerig lesje over het bestrijden van kwaad. En waarom dat niet met kwaad lukt.
Actualiteit doet het altijd goed, dus laat ik deze eeuwenoude wijsheid eens actueel maken.

Joran gaat naar de Peruaanse gevangenis en het schijnt daar geen pretje te zijn. Er is een grote kans dat hij daar flink aangepakt wordt door zijn medegevangenen.
“Lekker voor hem!” roepen een aantal mensen nu.

Nee. Dat is niet lekker.
Je was toch zo tegen verkrachting, mishandeling en moord?
O, in dit geval niet?

Dus je bent niet tegen verkrachting, mishandeling en moord, het ligt er alleen aan wie er verkracht, mishandeld of vermoord wordt?
Dat is nogal hypocriet.  Dan vind je vast ook dat jij wel mag vreemdgaan, maar je partner niet.

Bovendien zien anderen wat je Joran toewenst.
“Ha! Iedereen die iets doet waar wij niet achter staan, die mag mishandeld of verkracht worden! Of liever nog, vermoord!”
Is dat wat je je kinderen wil meegeven? Want ik kan je één ding verzekeren; de wereld wordt er zo niet gezelliger op.

Wees gerust, ik ben niet verlicht of gek. Er is mij het een en ander aangedaan en daar ben ik ook een hele tijd erg boos om geweest. Soms ben ik het nog steeds.
Maar wat heeft het voor zin? Als ik niet wil dat iemand mij (of iemand anders) iets naars aandoet, waarom zou ik hem/haar dan vervolgens iets naars aandoen of toewensen? Dat slaat nergens op. Het is dezelfde energie. Het is alleen een wisseling van de wacht; hetzelfde verhaal maar dan met andere hoofdpersonen.

Ok, dit was mijn preek van vandaag. Verder ben ik best normaal.
Net als ieder ander heb ik last van plaatsvervangende schaamte bij het horen van mevrouw Verdonk (maar daar heb ik voorlopig even geen last meer van) en ik was deze week écht niet zo lief tegen de mevrouw van de VvE (“Goh, zijn de servicekosten een halfjaar geleden verhoogd? Zou u dat voortaan even kunnen mélden?”)

En voor de andere wijsneuzen onder ons:  Nee, ik vind niet dat Joran per direct naar huis mag om thee te drinken met Cohen en zijn moeder. Hij moet zijn straf uitzitten. Maar ik wens hem niet hetzelfde toe als waar ik hem om veroordeel.